Twee handen op de tafel,
twee voeten op de grond.
Zit stevig op je stoeltje
en kijk niet in het rond.
Een hand om mee te schrijven,
een hand op het papier.
Die schuift het blad naar boven,
zo schrijf je met plezier.
Mijn voeten stevig op de grond.
Tegen de leuning met mijn kont.
Mijn rug is recht, mijn schouders laag.
Een vuist tussen de tafel en mijn maag.
Mijn hoofd naar voren iets gebogen.
Ik heb wat wijde ellebogen.
Mijn schrijfblad dat ligt aan de kant
van mijn schrijvende hand.
Mijn hulphand die verschuift het vel.
Ha, zo lukt het schrijven wel!
Mijn voeten op de grond, een stukje uit elkaar.
Zo gaat schrijven goed, zonder een bezwaar.
Mijn stoel moet recht achter de tafel staan
voor we aan het schrijven gaan.
Zeg hand, blijf je op de schrijflijn?
Dat vindt de meester/juffrouw fijn.
Zeg pink, steunt de hand op jou?
Zo niet, doe dat dan gauw.
Zeg pols, ga je niet omhoog?
Zeg pols lig je niet in een boog?
Zeg pols, lig je wel op het blad?
Zo ja, dan hebben we alles gehad.
Mijn blaadje schuift steeds weg.
Telkens als ik schrijven wil
ligt mijn blad niet stil.Een idee! Een idee!
Je andere hand doet ook mee.
Leg je hand maar op het blad.
Dat lijkt me wel wat.
Als mijn vingers moe zijn,
vind ik schrijven niet meer fijn.
Ik leg mijn potlood neer
en ik schrijf niet meer.
en ik laat ze boem weer vallen.
Ik trek mijn schouders naar mijn oor
en dan ga ik weer verder hoor.
Recente reacties